Beetsterzwaag

de groene parel van Opsterland

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte


Roodbaardtuin


Het dorp Beetsterzwaag kent een aantal fraaie historische tuinen, waaronder de overtuin van Lyndenstein. Het is mogelijk om onder begeleiding van een gids een wandeling te maken door deze prachtige tuin en ook door de tuin bij het gebouw Lyndenstein.

De tuin werd aangelegd door de bekende tuin- en landschapsarchitect Lucas Pieters Roodbaard. Opdrachtgever was Frans Godard baron van Lynden.

De eerste aanleg vond plaats rond 1820 en omstreeks 1832 veranderde Roodbaard de in formele stijl aangelegde tuin in de huidige situatie, waarbij hij enkele lindebomen uit de oude aanleg handhaafde.
In verband met de naam van de opdrachtgever zijn in het ontwerp veel lindebomen geplaatst.

In vergelijking met andere tuinarchitecten in Nederland neemt Roodbaard een heel eigen plaats in en bevatten zijn parken eigenschappen die we in het werk van anderen nauwelijks tegenkomen.

Een aantal bekende tuinen van Roodbaard zijn: de Prinsentuin te Leeuwarden, Stania State te Oenkerk, Oranjestein te Oranjewoud, de Klinze bij Oudkerk, Fogelsangh State te Veenklooster en Vijversburg te Tytsjerk.

Deze rondleiding zal circa anderhalf uur duren en de kosten hieraan verbonden zijn 3 euro p.p.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Lies Scholte: 0512-381774



Perenboom in Roodbaardtuin Beetsterzwaag

beurre__giffardAan de rechterkant, in een verscholen hoekje van de Roodbaardtuin, staat een zeer oude perenboom.
In het voorjaar heeft de boom mooi gebloeid en daarna behoorlijk veel fruit gedragen.
Aan de hand van een aantal peertjes heeft Mevr.G.Bergsma, uit Luxwoude (ervaren pomoloog) geconstateerd dat het hier gaat om een bijzondere oude franse peer, de Beurré Giffard. Waarschijnlijk geplant bij de aanleg van de Roodbaardtuin in 1825.

Oorsprong en verspreiding: De variëteit is gevonden door M. Giffard uit St. Auger in Frankrijk. Over het algemeen treft men deze uitmuntende zomerpeer weinig aan; aangezien het een tamelijk oude soort is, vindt men haar echter nog op enkele buitenplaatsen; tevergeefs zoekt men haar in fruitaanplantingen. Wellicht is dit toe te schrijven aan het feit, dat de boom een zwakke groei heeft.

Vorm en grootte: De vrucht heeft een mooie peervorm, bij de kelk, van onderen dus, vrij breed met een regelmatige ronding naar de kelk toelopend.
Schil. Zeer zacht en altijd glad, soms met kleine schurftplekjes bezet. Zoolang de vrucht nog onrijp is en aan de boom hangt, is de schil dofgroen, aan de zonzijde een weinig gekleurd, later tegen het rijpen zacht geelgroen.

Steel: Tamelijk lang, aan 't uiteinde verdikt.
Vlees: Wit, zeer saprijk en zacht, buitengewoon aromatisch en geurig. Men vergelijkt de smaak wel eens met die van een juttepeer, waarmee hij wel enige overeen¬komst heeft. Eigenschappen van de vrucht: Een 1e klasse vrucht, die steeds onder alle omstandigheden haar goede smaak behoudt en niet gemakkelijk door een andere peer zal worden overtroffen. Zij wordt echter spoedig beurs, moet dus op tijd in augustus worden gebruikt.

Eigenschappen van de boom: Deze groeit niet sterk, maakt echter vrij stevig hout. Is steeds te kennen aan zijn eigenaar¬dige, lang gesteelde, hangende bladeren, die meestal dof lichtgroen gekleurd zijn, waardoor de boom min of meer een lijdend voorkomen heeft.


Foto's muziekmiddag

Renaissance in klassieke tuin (6 juni 2009) 

 


Pareltjes


©2009 - 2012 (Mooi Beetsterzwaag)